korte herinneringen

Op deze pagina worden aangereikte korte herinneringen vastgelegd.
Voor deze teksten geldt het ©-copyright van de inzend(st)ers. 

op pad met ‘Gijs de broodbezorger’
Het begon in 1951. Als jongetje van zeven jaar maakte ik al kennis met het arbeidsproces.
Een aantal dagen per week mijn vader, die broodbezorger was, helpen (en als hij eens een keer vakantie had, dan moest ik zijn vervanger helpen – want ík kende immers de route, de klanten en de wensen). En ja, de school schoot daar nog wel eens bij in.
Maar je wist niet beter. Achteraf (en eigenlijk ook toen al) wist ik dat mijn ouders geen andere keus hadden. Ik ben er eentje uit 16, de tiende in de rij. En al die monden (en ook die van mijn ouders) moesten gevoed worden. Een hele opgave, zowel in als na de oorlog. Tijdens die naoorlogse jaren hadden wij helemaal niets.
Het was altijd vroeg dag. Want eerst moesten mijn vader en ik van de Dordtselaan (waar wij woonden) naar de Janne Bouwensstraat (achter de Bree) om de broodkar op te halen. Met die goed gevulde, zware en onhandelbare broodkar – want veel aandacht aan ergonomie was er in die tijd nog niet – liepen we dan naar Katendrecht; een hele tippel. Een aantal jaren later kreeg mijn vader een bakfiets: dat scheelde aanmerkelijk. Maar er was geen plek voor twee, zodat ik ook toen bleef lopen.
De eerste klant was, als ik mij nog goed herinner, mevrouw De Ridder. Een benedenhuisje aan de Brede Hilledijk. Je moest nog een paar treden dalen om binnen te komen. De koffie stond daar altijd klaar; na zo’n eind gelopen te hebben best wel lekker. Verderop woonde juffrouw Stoel; ook daar altijd koffie. Later op de dag, tegen één uur of zo, kwamen bij we bij een klant – de naam weet ik helaas niet meer – waar afhankelijk van het weer en de tijd van van het jaar – altijd koffie, thee of soep was.
En dan heb ik het over mensen die het zelf ook niet breed hadden. Wat zeg ik: níets hadden. Hartverwarmend!
Ook al woonde ik zelf dus niet op Katendrecht, van mij geen kwaad woord over de mensen die er toen woonden. Ik kan het weten, want ik heb er ruim zeven jaar brood bezorgd en ik kan geen enkele slechte herinnering uit die tijd opdiepen.
O ja, mijn vader werkte voor de Zuiderbakkerij; onderdeel van de Coöperatieve Verbruiksvereeniging ‘Vooruitgang’. Die organisatie was al in 1898 opgericht, maar toen er vanwege de sanering nog maar één bakker per buurt actief mocht zijn, was het over.  Dat was in 1962 of zo. Dus ook exit ‘Gijs de broodbezorger’. En tot op heden weet ik nog steeds nietwaarom mijn vader, die Frans heette, altijd Gijs werd genoemd …
[Louis Lindsen]

Het Postagentschap aan de Rechthuislaan
van mw J. de Reus-Pleit
[ongeveer 1967] Als ‘kind’ stapte je niet graag binnen bij het agentschap! Het was binnen een nogal ‘kale boel’ met geschuurde houten vloeren en crème-witte wanden. Dwars op de gevel was er, over de gehele diepte en van vloer tot plafond van het ‘agentschapgedeelte’ een crème-wit loket gebouwd met ‘draadijzer’ in de ‘venster’openingen en een schuifloket (of deurtje?) waarachter MW De Reus gezeten was. Ze had een nogal strenge uitstraling en voordat ze het schuifloket met een klap opende moest je het, als kind, niet in je hoofd halen om iets te zeggen voordat zij je aansprak. Na gedane zaken en betaling was de ‘harde klap’ met het poststempel op je brief of poststuk ‘het teken’ van haar zijde dat je kon gaan.
[Ben van Wevering]

Ruimte voor nog meer herinneringen …
en die kunnen doorgegeven worden met het kontaktformulier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s