liedjes en teksten

Op onze pagina muziek staan diverse artiesten die op Katendrecht muziek hebben gemaakt. En een handig naslagwerk is ‘Rotterdam in Liedjes’:

rotterdam-in-liedjes

Want er zijn best wel wat liedjes en gedichten die met Katendrecht te maken hebben, zoals:

  • Ben je in Rotterdam geboren    
    (lied hier als achtergrond van een filmpje met veel shots van Katendrecht en Provimi)

    • tekst: Willy van Hemert
    • muziek: Joop de Leur
    • Of je Erasmus heet, of Oud, of Ketelbinkie,
      of je een donkeyman bent, of een cargadoor,
      of je in Kralingen kunt wonen in een villa,
      of op een kamertje met keuken, driehoog voor:
      Je bent Rotterdammer in je hart en nieren
      Je voelt je jofel rondom onze Westzeedijk
      Een avond Rotterdam in, om te passagieren
      En niemand is er zo tevreden en zo rijk.
      [refrein]
      Ik ben een beetje zeeman en een beetje landrot.
      Ik ben een beetje klerk, een beetje lichtmatroos.
      Als ik aan de haven sta en ik kijk naar al die schepen,
      dan, Rotterdam, ben ik op jou altijd weer groos.
      We hebben ergens in een hoekie van onze body
      Een warm plekje voor de haven en de zee
      En als we ’s nachts de stoomfluit horen van een zeeschip
      Dan reist ons hart een eindje met zo’n stomer mee.
      [refrein]
      M’n ouwe stad zie ik je nog in vroeger dagen
      De Boompjes en de winkelgalerij
      De kraampjes op de Goudsesingel als er markt was
      Die ouwe tijd komt nooit meer terug, die is voorbij.
      Maar ook al hebben ze je centrum zwaar geschonden:
      je bent nog steeds hetzelfde Rotterdam voor mijn.
      En om je van m’n trouwe liefde te getuigen
      zing ik voor jou, mijn stad, nog één keer dit refrein …
      r
      efrein
      Ben je in Rotterdam geboren,
      op het Noordplein of Katendrecht,
      dan kan je van geen vreemde horen
      dat ie van Rotterdam iets zegt.
      Want voor me havens en me Blakie,
      voor me Coolsingel en Hofplein,
      geef ik subiet m’n laatste knakie,
      daar ken ‘k alleen me eige zijn.
        
  • En altijd komen er schepen
    • tekst: Anton Beuving
    • muziek: Jan Vogel 
    • ’t Was op een dag in januari
      in Rotterdam, op Katendrecht.
      Toen heeft m’n knul, m’n blonde Arie
      Me voor ’t laatst gedag gezegd.
      Hij had gemonsterd op de Vrede
      voor zeven weken uit en thuis.
      Nou is het zeven jaar geleden
      en nog kwam Arie niet naar huis …
      [refrein]
      Mot ik een boodschap voor de heren,
      smeer ik ‘m naar het Willemsplein
      om daar met angst te informeren
      wie er weer bijgekomen zijn.
      En altijd weer schepen, vreemde prauwen.
      Ik zie matrozen, blond en blij
      daar met hun plunjezakken sjouwen.
      Maar die ik zoek is er nooit bij.
      [refrein]
      Vaak word ik  ’s avonds aangeslagen
      als ik zo aan de kade sta.
      Dan durft zo’n kerel mij te vragen
      of ik ‘es met hem dansen ga.
      Bij zoiets jeuken dan mijn handen,
      maar als ’t een zeeman is, die vent
      dan vraagt ik, hunk’rend van verlangen,
      of ‘ie m’n Arie heeft gekend.

      refrein:
      En altijd komen er schepen
      aan Katendrecht voorbij.
      Maar de schuit van Blonde Arie
      die is er nog steeds niet bij.
  • Groeten uit Rotterdam 
    • tekst en muziek: Marjolein Meijers
      uit het repertoire van de Bereni’s uit hun gelijknamig theaterprogramma van 1993
    • Rooie Bertus van de Kaap zag elke wereldzee.
      Hij voer van Perzië tot Kiel.
      Zo’n vent, recht voor zijn raap.
      Maar als ‘ie voor de wal lag werd hij sentimenteel.
      Dan schreef ‘ie in z’n dagboek en nooit een woord te veel:
      ‘Als in plaats van bloed de Maas stroomt door je aderen,
      dan weet je in je hart dat je hoort bij die stad’.
      Op kaarten naar z’n stamkroeg, van waar zo’n kaart ook kwam:
      geheid de laatste regel: je krijgt de groeten uit Rotterdam.
      […]
      Schrale Lenie van de Kaap had weinig meer te geven.
      Te jong nog om bejaard te zijn,
      te oud al voor het leven.
      Vanuit haar flat in Zevenkamp zat zij nog vaak te dromen
      hoe ze vroeger over de rivier haar klanten aan zag komen.
      Haar plakboek vol met kaarten van elke trouwe klant
      uit Bangkok of uit China: met de groeten uit Rotterdam.
      […]
      Als in plaats van bloed de Maas stroomt door je aderen,
      dan weet je in je hart dat je hoort bij die stad.
      De mooiste plek op aarde is waar je bent geboren.
      Aan die stad waar nuchterheid nog leeft
      heb ik mijn hart verloren.
      De oude havens, industrie zijn mooi van lelijkheid.
      ’t Is altijd kermis in Pernis.
      […]
      Waar sentiment wordt weggewuifd en tegelijk geëerd;
      waar ‘kop houen, niet zeiken’ je als kind wordt aangeleerd.
      De mooiste plek op aarde, de stad waarvan ik stam:
      van mij krijg je de groeten, de hartelijke groeten,
      van mij krijg je de groeten, de groeten uit Rotterdam.
  • Het pontje naar Katendrecht
  • Ik heb mijn hart op Katendrecht verloren   
    • tekst: drs P. / Jaap Valkhoff
    • muziek: een oud Duits lied
        
  • ’t Is voorbij
    • tekst: Nico de Reus
    • muziek: Nico de Reus
  • Katendrecht
    • tekst: G.J.Peelen
    • In ’t boarding house van Mr Chong
      zitten ze in het vaal vertrek.
      Hun trommels hangen keurig in het rek.
      De pindamannen spelen nu mahjong.
      […]
      Zij stonden uren levenloos in een portiek
      met ogen droom’rig ver en mat.
      Maar in hun oren klonk al de muziek
      van wit ivoren stenen op het kale tafelblad.
      […]
      Van ’t pover dagloon dat ze bijna slapend wonnen
      gaf Mr Chong hen vis en rijst.
      Nu spelen zij gespannen ’t spel
      dat al hun aandacht eist.
      […]
      Het geel gelaat blijft onbewogen bij verlies of winst
      wanneer de stapels fiches slinken, groeien.
      Zij zwijgen maar hun ogen gloeien, branden fel als vuren,
      in de stug doorspeelde avonduren.
      […]
      Een bont gekleurde plaat lacht vredig van de wand:
      de kleine dochter van hun verre vaderland.
      Eerst morgen leuren zij hun pinda’s weer in winkelwijk;
      nu zijn zij even terug in ’t hemels rijk.
  • Katendrecht   
    • tekst: Kees Korbijn
    • muziek: op de wijs van Yesterday (Beatles)
  • Katendrecht Lied
  • Katendrecht Shuffle / Katendrecht Swing 
    • tekst: Jaap van de Merwe 
    • muziek: Jaap van de Merwe 
    • Oh, there is music in the air: the negro band in ‘Belvedere’.
      Oh, hear them crash. Oh, hear them blare:
      Cotton & Dynamite …!
      All the moochers in the town.
      Ev’ry ev’ning shuffle down
      to Katendrecht.
      All the guys kick up in row.
      They wanna maxe a brave show.
      They’re bawling “hide-hide-hode-ay!” all night …
      Bedlam seems to have been loose dowm in Katendrecht.
      Hide hi-de-ho.
      Kalm an, poes, toe, kalm an, poes …
      Hardstik gek, hardstik gek, hardstik gek, mooie.

           
  • Ketelbinkie 
    • tekst: Anton Beuving
    • muziek: Jan Vogel
    • Het lied verscheen voor het eerst op de plaat eind 1939, in een uitvoering van ‘de Zingende Zwerver’ Frans van Schaik
    • Toen wij van Rotterdam vertrokken
      Met de ‘Edam’, een ouwe schuit
      Met kakkerlakken in de midscheeps
      En rattennesten in ’t vooruit
      Toen hadden wij een kleine jongen
      Als ‘Ketelbink’ bij ons aan boord
      Die voor de eerste keer naar zee ging
      En nooit van haaien had gehoord
      Die van zijn moeder aan de kade
      Wat schuchter lachend afscheid nam
      Omdat ie haar niet durfde zoenen
      Die straatjongen uit Rotterdam.
      […]
      Hij werd gescholden door de stokers
      Omdat ‘ie van de eerste dag
      Toen wij maar net de pier uit waren
      Al zeeziek in het ‘foc-sie’ lag
      En met jenever en citroenen
      Werd hij weer op de been gebracht
      Want zieke zeelui zijn nadelig
      En brengen schade aan de vracht
      Als die dan sjouwend met zijn ketels
      Van de kombuis naar voren kwam
      Dan was het net een brokkie wanhoop
      Die straatjongen uit Rotterdam.
      […]
      Wanneer hij ‘s-avonds in z’n kooi lag
      En van het sjouwen eind’lijk sliep
      Dan schold de man die ‘wacht-te-kooi’ had
      Omdat ‘ie om zijn moeder riep
      Toen is ‘ie, op een mooie morgen
      ’t Was in de Stillen Oceaan
      Terwijl ze brulden om hun koffie
      Niet van zijn kooigoed opgestaan
      En toen de stuurman met kinine
      En wonderolie bij hem kwam
      Vroeg hij een voorschot op z’n gage
      Voor ’t ouwe mens in Rotterdam.
      […]
      In zeildoek en met roosterbaren
      Werd hij dien dag op ’t luik gezet
      De kapitein lichtte zijn petje
      En sprak met groc-stem een gebed
      En met een ‘Eén-twee-drie-in-Godsnaam’
      Ging ’t ketelbinkie overboord
      Die ’t ouwetje niet durfde zoenen
      Omdat dat niet bij zeelui hoort
      De man een extra mokkie ‘schoot-an’
      En ’t ouwe mens een telegram
      Dat was het einde van een ‘zeeman’
      Die straatjongen uit Rotterdam.
  • Mijn Katendrecht
  • Ode aan Katendrecht 
    geschreven, gecomponeerd en uitgevoerd
    ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan
    van Kluphuis de Boei in 1982

    • tekst: Nico de Reus
    • muziek: Nico de Reus
    • refrein:
      Mokummer zingt van zijn fijne Jordaan
      een astronaut denkt aan zijn reis naar de maan
      maar ik weet een plek en dat meen ik oprecht
      dat kleine stukje grond dat heet Katendrecht
    • coupletten:
    • Je werd overspoeld door sex en geweld
      je huizen verkrotten, je werd niet geteld
      en iedereen keek bezorgd om zich heen
      dat z’n buurman beneê uit z’n wijkie verdween
    • Ze praten en schrijven, je werd afgekraakt
      dat doet men al gauw als het hun maar niet raakt
      maar wat men ook schrijft en wat men ook zegt
      die echte Kapenees die is heus niet zo slecht
    • Er zijn van die mensen, ze zijn hiervandaan
      ze weten het zo goed hoe het hier wel moet gaan
      ze namen de vlucht door de overlast
      en de naam Katendrecht niet in het gezinnetje past
    • Er wordt gerenoveerd en er wordt straks gebouwd
      ze doen allemaal hun best al gaat het wel eens fout
      als na jaren van strijd jij straks wordt beloond
      dan ben ik toch trots dat ik op jouw plekkie woon
    • La, la, la, la, la, la, la, la, la, la ,la
      la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la,
      maar ik weet een plek en dat meen ik oprecht
      dat kleine stukje grond dat heet Katendrecht.
  • en dit is een ándere Ode aan Katendrecht
    • van wie?
    • en wie was Johnny Zonder Stress?
    • Hier, hier, hier, hier is m’n huis.
      Ja, want hier, hier, hier, hier. hier voel ik mij
      nog altijd thuis.
      ‘k Ben er nog steeds zo aan gehecht:
      ja aan jou, ja aan jou, Katendrecht.
      Ik kwam daardoor in Amsterdam terecht.
      Daar zong ik die avond niet erg best.
      Ik, ik zong die avond slecht.
      He, Amsterdam, jullie weten waarvoor ik kwam:
      vijfhonderd en dan snel weer terug naar m’n huis,
      ja, in Rotterdam.
      Ja, want daar, daar, daar, daar, daar is m’n huis.
      Daar voel ik me nog altijd ’t beste thuis.
      ‘k Ben er nog steeds zo aan gehecht.
      En hier, tussen alla Amsterdammers in, voel ik me
      echt, ik voel me slecht.
      Katendrecht, jij hebt dat plekje in m’n hart, ’t is apart.
      Diep, diep, diep, heel, heel diep in m’n hart:
      Katendrecht, jij geeft mij altijd, ja, zo’n eindeloos gevoel.
      Alleen een Katendrechter kan begrijpen wat of ik voel.
      Ik kan ’t niet verklaren, ’t komt gewoon van
      Rotterdam-Zuid.
      Ja, want hier, hier, hier, hier, hier staat m’n huis.
      Hier, hier, hier, hier, hier is m’n huis.
      Hier, hier, hier, hier voel ik me nog altijd thuis.
      ‘k Ben er nog steeds zo aan gehecht:
      aan alle havens en aan m’n eigen Katendrecht!
  • Oh Katendrecht, oh Katendrecht
  • Op Katendrecht zijn de nachten lang 
    • tekst: Jaap Valkhoff
      muziek: Dennie Dukers
      en samen vormden zij het duo De Binkies
      (refrein)
      Op Katendrecht zijn de nachten lang.
      ’t Valt niet mee om te scheiden
      van die jofele meiden.
      Op Katendrecht zijn de nachten lang.
      Waar komt iedere zeeman terecht:
      op Katendrecht.
      refrein
      “Er is maar één Katendrecht”
      is wat iedere zeeman zegt.
      Z’n hart raakt in vuur en in vlam
      voor de Kaap in Rotterdam.
      refrein
      Hij zit in een klein café
      en vrijt met een blonde fee.
      Zij fluistert heel lief en heel zacht:
      ” ‘k Blijf bij jou de hele nacht.”
      refrein
      Als z’n wensen zijn verhoord
      dan brengt zij hem terug aan boord.
      Hij droomt daar op zee in z’n slaap
      van dat meisje op de Kaap.
      refrein
  • Rijnhaven
      
  • Veerlied, Het 
    • tekst: Joyce Turek
    • muziek: Jean Wiertz
    • refrein:
      Het bootje, het bootje,
      het Katendrechtse veer
      Van Veerhaven tot Katendrecht
      Voortdurend op en neer
      Kruist het de Maas vol pontjes
      romantiek en sfeer
      En vaak aan boord zo menige
      gespannen jonge heer
      En vaak aan boord zo menige
      gespannen jonge heer
    • coupletten:
    • Als kind kun je er ruiken
      aan het echte zeelieden bestaan
      Het ruikt naar olie, touw en teer
      Naar vochtig ijzer, roest en smeer
      De zilte geur van het water
      En bijna weet je zeker
      dat je wilt gaan varen later
      En bijna weet je zeker
      dat je wilt gaan varen later
    • En is soms de rivier wat wild
      dan wordt het bootje opgetild
      En daarbij lijk je telkens even
      Net boven het dek te zweven
      Voordat het dan weer daalt
      Zodat je net niet zeeziek
      nog de and’re oever haalt
      Zodat je net niet zeeziek
      nog de and’re oever haalt
    • ’s Zaterdagsavonds brengt je dan
      Het bootje in de richting van
      Het avontuur, de neongloed
      Straalt je van ver al tegemoet
      Een film lijkt even werk’lijkheid
      Op deze avond is
      voor alle narigheid geen tijd 

        
  • Waar kan een zeeman het best terecht  
    • tekst en muziek: Marinus van Henegouwen
      (pseudoniem van de vrouwenarts M.Pannekoek)
    • Voor het eerst uitgevoerd door het Nieuw Rotterdams Toneel n het Nieuwjaarscabaret 1963
    • [mannen]
      Waar ken een zeeman het best terecht?
      Op Katendrecht, op Katendrecht!
      Waar heeft een zeeman de meeste pret,
      waar vindt ‘ie het zachste bed?
      Waar vindt een zeeman het beste bier,
      de liefste meisjes van plezier?
      Waar droomt ‘ie maanden van op de plecht?
      Van Katendrecht!
      [vrouwen]
      Gaat een matroos van boord,
      van ’t schip in de Europoort,
      dan komt ‘ie regelrecht
      naar ons, naar Katendrecht.
      Mits hij ervoor betaalt
      wordt hij er warm onthaald.
      Daar is ‘ie op gesteld,
      want hij wil waar voor z’n geld.
      [mannen]
      Waar moet een zeeman zijn voor l’amour?
      Niet in Hong Kong of Singapore.
      Waar is een meisje voor iedere knaap?
      Natuurlijk op de Kaap!
      Waarom zou hij naar de Lijnbaan gaan?
      Die is hier veels te ver vandaan.
      Waar vind je altijd een fijn gevecht?
      Op Katendrecht!
      [vrouwen]
      Wij staan op het trottoir
      of wachten aan de bar.
      Wie zitten niet voor het raam,
      want dat is niet voornaam.
      Het gaat nog heel gewoon
      en niet per telefoon:
      een blik, een lach, een zoen;
      pas daarna komt de poen.

[weer terug naar boven]

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s