optimaal fiskaal

inleiding

Ook historische gezelschappen zijn altijd op zoek naar geld om hun doelstelling te realiseren. Soms is er een Maecenas (maar blijft het onzeker hoe lang), soms zijn er donateurs, al dan niet in samenhang met een abonnement of een periodiek (maar jongeren hebben minder met historie dan ouderen, terwijl ook de algemene bezuinigingen niet echt meehelpen) en er kan digitaal natuurlijk voor next to nothing gewerkt worden (bijvoorbeeld met WordPress en Picasaweb). Het is ook handig om structurele lasten tot een minimum te beperken en de diverse activiteiten als incidenteel project (of een aaneenschakeling daarvan) uit te voeren. Bij dat laatste past ook de mogelijkheid om zo hier en daar subsidie aan te vragen, maar dat moet uiteraard wel met beleid gebeuren. En veelal zijn er dan ook enkele vereisten waaraan voldaan moet worden. En natuurlijk moeten de fiscale mogelijkheden optimaal benut worden. Omdat dit laatste bij historische gezelschappen niet echt in de genen zit, heb ik een en ander hier maar eens uitgeschreven. Want als wij als Stichting Rotterdam is vele Dorpen – een volle dochter van het Historisch Genootschap Roterodamum – slim met dat middel omgaan, dan kunnen wij nog heel veel voor historisch (en dus ook toeristisch en zelfs economisch) Rotterdam doen. En kunnen we bijvoorbeeld, als onze ‘moeder’ constructief meewerkt, ook onze plannen met papieren wandelroutes en met slimme apps op mobiele telefoons binnen zeer afzienbare tijd realiseren.

De aanpak is een combinatie van diverse bestaande mogelijkheden:
– hoge rente op een uit te geven obligatielening;
– fiscale aftrek vanwege de ANBI status;
– verstrekken van vacatiegeld of bestuurdersbijdrage (fiscaal belast);
– verstrekken van een (fiscaal onbelaste) vrijwilligersvergoeding.
En als de schenking een cultureel doel betreft dan is de schenking niet slechts voor 100% maar voor 125% (en voor bedrijven zelfs voor 150%) fiscaal aftrekbaar! Waarbij het ons overigens blijft verbazen dat een schenking aan bijvoorbeeld een wetenschappelijk instituut in de gezondheidszorg slechts voor 100% fiscaal aftrekbaar is: op welke grond kan ‘de politiek’ deze ongelijkheid in waardering verklaren?
Door de vier genoemde mogelijkheden te combineren is het dus mogelijk dat een schenking gedaan wordt zonder dat dit de schenker geld kost, op voorwaarde dat de schenker niet alleen geld maar ook wat eigen tijd in het algemeen nut stopt.

algemeen nut beogende instelling – ANBI

Een schenking aan een stichting of vereniging is aftrekbaar van het belastbaar inkomen als die entiteit door de fiscus is aangemerkt als een Algemeen Nut Beogende instelling, kortweg ANBI. Dat is voor ons als SRivD goed haalbaar (en op zowel www.anbi.nl als www.belastingdienst.nl staat dat allemaal en detail beschreven). In het kort:

  • uiteraard voldoen aan de regels van een operationele stichting;
  • dienen van een algemeen belang en daar dus ook het geld aan besteden;
  • geen winstoogmerk hebben en dus ook geen melkkoe voor de bestuursleden zijn;
  • beveiligd financieel beleid zodat onbedoeld gebruik van geld voorkomen wordt;
  • een degelijke financiële administratie;
  • een (meerjarig) beleidsplan;
  • afspreken over wat bij eventuele opheffing van de SRivD met het financiële saldo gebeurt.

Het aanvragen van zo’n ANBI-erkenning is niet zo ingewikkeld en kan via de site van de Belastingdienst gebeuren (en daar staat daar dus ook beschreven hoe het allemaal moet).

Het voordeel voor ons als SRivD is dat schenkingen aan ons niet fiscaal belast zijn.

Het voordeel voor de schenker is dat indien de schenking onder bepaalde voorwaarden plaatsvindt (waarvan wel de belangrijksten zijn dat de schenking notarieel is vastgelegd – maar zie hierná – en dat de schenking minimaal vijf jaren aaneengesloten plaatsvindt), deze geheel aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting (en dat kan momenteel voor personen dus oplopen tot een aftrek van 52%). En ingaande 2014 is zelfs die notariële akte niet meer nodig (hoewel dat nog wel mag); op de site van de Belastingdienst kunnen handige formulieren gedownload worden voor zowel periodieke giften in geld als in natura, alsmede een betalingsvolmacht).

Een ANBI-stichting kent wél enkele verplichtingen. Want voor een ANBI-stichting gelden (logische) beperkingen qua bestuurssamenstelling.  Ook moet moet in alle openbaarheid de relevante info op internet staan (en dan niet alleen de doelstelling, maar o.a. ook een beknopt beleidsplan en de beloningsstructuur). Maar dat is voor een ‘eerlijke’ stichting uiteraard geen probleem. Zie verder bijvoorbeeld deze site.

de traditionele periodieke schenking

Al vele jaren is de traditionele periodieke schenking bekend. Bijvoorbeeld gedurende vijf jaar wordt ieder jaar € 1.000 geschonken. Bij het hoogste belastingtarief van 52% kost dit de schenker slechts € 480 per jaar. Dus na vijf jaar heeft onze SRivD dan € 5.000 belastingvrij ontvangen, terwijl het de schenker in totaal (over die vijf jaar) € 2.400 heeft gekost. Zelf heb ik daar bij diverse gelegenheden mee te maken gehad. Bijvoorbeeld als bestuurslid van Stichting De Delft, waar ten behoeve van de bouw van de gelijknamige replica zowel de ‘traditionele’ schenking als in 2004 de Club van Duizend is opgericht.

de traditionele periodieke schenking aan een cultureel actieve instelling

Maar voor ons als SRivD wordt het nog prettiger. Sinds de aanpassing van de Geefwet, eind 2011 (en als de link niet meer werkt, even googelen op Geefwet; ook de Geefwetbrief (33 006 nr 6) is een interessant stuk), geldt de tijdelijke regeling dat periodieke schenkingen aan ANBI’s die zich met name op het culturele vlak bewegen niet slechts voor de volle 100% mogen worden afgetrokken, maar (tot 1 januari 2017) zelfs voor 125% van het belastbaar inkomen en voor 150% van ten aanzien van de vennootschaps-belasting (zij het dat deze faciliteit gemaximeerd is tot € 5.000 – vandaar ook dat mijn voorbeeld over vijf jaar op dit bedrag uitkomt, ook al zijn er ook andere interpretaties mogelijk). Die € 5.000 tegen 125% levert dus een aftrekpost over € 6.250 op en bij een belasting van 52% levert dat een fiscaal voordeel van € 3.250 op. Dus kost die € 5.000 de schenker nog maar € 1.750.

LET OP: Omdat de multiplier van 125% c.q. 150% per 1 januari 2018 automatisch stopt (want op 19 maart 2013 werd bekend gemaakt dat het gebruik van de culturele multiplier met één jaar verlengd werd -dus nu tot en met het jaar 2017 – en de kans niet groot is dat daarna nógmaals een verlenging volgt) en een meerjarige ANBI schenking een looptijd van minimaal vijf jaar dient te hebben, kan in het laatste jaar (of kunnen in de laatste jaren) van de schenkingsperiode de multiplier weer op nul (= ‘gewoon’ 100%) staan.

de periodieke schenking met leningconstructie

An sich al mooi: geld weggeven dat je slechts ruwweg een derde kost. Maar kan het slimmer? Ja, door uit te gaan van een rentedragende obligatielening en door vervolgens als uitlener af te zien van het recht op aflossing, waardoor dus een schenking ter grootte van het aflossingsbedrag ontstaat. En door die schenking dan in weer minimaal vijf aaneengesloten jaren te doen, wordt er over een deel van het geschonken bedrag dus ook nog eens rente ontvangen. Deze mogelijkheid bestaat alweer en aantal jaren (en een mooie beschrijving is te vinden door even te googelen op de items fondswerving, dorpshuis, Thesinge en juli 2007).

Als voorbeeld weer die totaal € 5.000, daarbij ook uitgaande van de culturele component.

Maar nu wordt die € 5.000 in één keer aan de SRivD overgemaakt, nu niet al schenking maar als (obligatie-) lening. Ieder jaar betaalt de SRivD over het geleende bedrag rente. Bij een familiehypotheek zijn er grenzen aan het rentepercentage gesteld (momenteel zo’n 6%), maar bij een obligatielening geldt zo’n beperking niet, zodat het, in het redelijke, best wat meer mag zijn, stel 8%. Dat houdt in dat de schenker (want zo blijven wij de persoon die uiteindelijk schenkt ondanks die lening voor het gemak maar noemen) in het eerste jaar 8% over het gehele bedrag ontvangt, in het tweede jaar 8% over € 4.000 en zo vervolgens; totaal komt dat dus op € 1.200 rente gedurende die vijf jaar. Over die rente hoeft de schenker geen inkomstenbelasting te betalen, want het uitgeleende bedrag is immers tot aan het moment dat het geschonken wordt nog steeds diens eigendom, zodat er slechts kapitaalbelasting ad 1,2% betaald behoeft te worden en dat is bij elkaar € 180. Zodat per saldo € 1.020 voor de schenker overblijft. Daardoor kost die € 5.000 de schenker nu geen € 2.400, ook geen € 1.750, maar nog maar € 730 totaal over die vijf jaar (en nogmaals: dit geldt uitsluitend voor culturele ANBI instellingen, omdat daar die multiplier dus méér dan één is).
Dat is dus € 146 per jaar.

Voor alle duidelijkheid: ook al kost de schenking op deze manier aan de schenker € 146 per jaar, de schenker is die totale € 5.000 dus wel vanaf het begin van deelname compleet kwijt (of het nu een meerjarige lening of een schenking betreft). Daarom is de ‘gewone’ periodieke schenking veel bekender en ook veel vaker gebruikt. Want de schenker moet dat complete bedrag voor de schenking dus wel op voorhand beschikbaar hebben. Bovendien ontvangt de schenker over het uitgeleende bedrag uiteraard geen andere rente, terwijl bij een ‘gewone’ schenking over het restant bedrag wél een (veel lagere) rente zou zijn ontvangen. Dat moet de schenker eventueel (zelf) verrekenen of zich gewoon vrijgevig opstellen.

En eveneens voor alle duidelijkheid: door deze constructie houden wij als SRivD dan van die schenking uiteindelijk geen € 5.000, maar € 3.800 bruto over omdat een deel van dat bedrag immers weer (als rente) aan de schenker teruggegeven wordt. Maar die € 3.800 zit wel de knip …  en door deze aantrekkelijke constructie zullen er méér personen zijn die zo’n bedrag willen schenken dan bij een ‘gewone’ schenking, zodat er toch wel genoeg geld te verwerven is. En ja, het gaat voor de SRivD om een bruto bedrag. Want wij moeten als SRivD dus een eigen bankrekening hebben en een degelijke administratie (maar dat mag handmatig zijn) hebben, terwijl voor genoemde schenkingen wel een (per schenker eenmalige) overeenkomst nodig is (maar ingaande 2014 is daar geen notaris meer voor nodig, dus aan die overeenkomst zijn geen kosten meer verbonden).

Een variant op deze aanpak is dat de ontvangende instelling direct bij ontvangst alvast de eerste tranche (van 20%) aflost en dat de geldschieter die eerste tranche vervolgens direct aan de instelling doneert. Dat heeft tot voordeel dat de instelling geen rente over die eerste tranche behoeft te betalen, overeenkomstig is ook de rente over de nog resterende bedragen in de komende jaren lager en daardoor houdt de instelling er relatief gezien dus meer aan over. Voor de geldschieter/donateur is het voordeel dat er in deze variant met een lager te storten bedrag volstaan kan worden.
Hoewel dus het rendent ten opzichte van het netto bedrag van de donateur voor de instelling lager is, is deze variant in de praktijk veelal tóch aantrekkelijker.

zouden we ook die € 146 per jaar kunnen afdekken?

Nog even voor alle duidelijkheid: die € 146 die het een schenker per jaar kost, gaat dus over een schenking van € 5.000 waarvan er € 3.800 bruto voor ons als SRivD ter beschikking komt én gebaseerd op de eerste variant. Maar die schenking kan natuurlijk ook lager zijn. Een schenking van bijvoorbeeld € 100 per jaar (die SRivD dan € 76 bruto per jaar oplevert) kost een schenker op deze wijze dan nog geen € 15 per jaar (en dat is toch minder dan de contributie aan sommige historische gezelschappen. Maar dat is natuurlijk slechts interessant als de benodigde notariële akte voor zo’n relatief gering bedrag ons als stichting dan geen geld kost. Overigens mag tegenover genoemde schenkingen geen tegenprestatie staan, dus een ‘te’ glossy periodiek zou dan weer niet kunnen; ook al bestaan ook op dít punt weer verschillende interpretaties).

Maar uitgaande van genoemde € 5.000: hoe zouden we een oplossing voor die resterende € 146 per jaar kunnen vinden? Er zijn diverse mogelijkheden:

  • Verhogen van de rente, bijvoorbeeld van 8% naar 10%. (Palm Invest beloofde destijds 9%; menig scheeps-CV komt zelfs met 15%). Maar een hogere rente dan 8% is momenteel niet echt reëel en zelfs 10% levert slechts € 60 gemiddeld per jaar méér op. Dus nog niet voldoende. Als de schenker lid van het bestuur van SRivD is, kan voor elke bijgewoonde vergadering een bescheiden vacatiegeld verstrekt worden. In principe kan dat natuurlijk ook aan een bestuurslid-níet-schenker, maar de niet-schenker kan van dat vacatiegeld afzien. Vacatiegeld is wel belast voor de inkomensbelasting, dus voor die € 146 moet ruwweg € 300 per jaar aan vacatiegeld ontvangen worden om quitte te spelen. Een bedrag van maximaal € 100 lijkt voor een kleine stichting als onze SRivD geaccepteerd te worden, dus moeten er drie vergaderingen per jaar gehouden en bezocht worden (en dat kan ook in DB-verband of in commissieverband) en daar komen wij wel aan. En juist omdat een stichting geen leden kent, is het niet zo gek om in plaats daarvan wat meer actieve bestuursleden te hebben, zodat een aspirant schenker dan zou kunnen toetreden tot ons bestuur; en na vijf jaar kan desgewenst dan weer uitgetreden worden.
  • Ook bestaat de mogelijkheid om aan bestuursleden die een uitvoerende functie vervullen, een (eveneens bescheiden) beloning te verstrekken en op die manier kan aan sommige bestuursleden dus wat méér betaald worden, uiteraard in overeenstemming met de verrichtingen. Door die uitvoerende taken door de jaren heen tussen diverse bestuursleden te laten wisselen, komt iedere schenker dus in de gelegenheid om ook op deze wijze quitte te spelen.
  • Daarnaast kent de fiscus voor iedereen de mogelijkheid van de onbelaste vrijwilligersvergoeding. De betaler van die vergoeding (i.c. wij dus als SRivD) hoeft die vergoeding niet aan de Belastingdienst op te geven (maar moet deze uiteraard wel correct in de financiële administratie verwerken) en de ontvanger van die vergoeding hoeft over deze vergoeding geen belasting te betalen en hoeft deze vergoeding zelfs niet op te geven. Er gelden wel enkele voorwaarden, zoals:
    • de vergoeding is maximaal € 4,50 (en voor jongeren € 2,50) per uur, maximaal € 150 per maand en maximaal € 1.500 per jaar voor de totale inzet; indien de vergoeding hoger is dan is het totale bedrag fiscaal belast;
    • de vergoeding moet dusdanig laag zijn dat deze niet in verhouding staat tot het werk dat daarvoor verricht is (want anders is het immers een reguliere beloning); zo wordt een vergoeding van € 125 per maand voor een actief bestuurslid als vrijwilligers-vergoeding gezien, maar de € 150 die een advocaat eenmalig krijgt omdat deze als vrijwilliger een pro-forma bezwaar bij de rechtbank heeft ingediend geldt qua vergoeding niet als vrijwilliger omdat dit beetje werk niet in verhouding staat tot het ontvangen bedrag;
    • alleen: om een ANBI te zijn mag volgens het aanvraagformulier een bestuurslid geen andere vergoeding ontvangen dan vacatiegeld en onkostenvergoeding; dat zou for the safety dus gecheckt moeten worden of anders moet voor een bestuurslid-annex-schenker een ander regime gelden dan voor een schenker die geen bestuurslid is.

Overigens is het (onder bepaalde voorwaarden) ook mogelijk dat de vrijwilliger van de uitbetaling van de vrijwilligersvergoeding afziet en dit bedrag dan als gift in mindering kan brengen op de inkomstenbelasting. Maar dat levert de schenker logischerwijs dus wat minder op.

De conclusie is dus simpel: er kan aan actieve bestuursleden-annex-schenkers moeiteloos (fiscaal belast) vacatiegeld gegeven worden, terwijl aan schenkers die geen bestuurslid zijn (en wellicht dus ook aan bestuurders) een (fiscaal onbelaste) vrijwilligersvergoeding van € 146 per jaar gegeven kan worden (op voorwaarde dat er naast die schenking dus ook wat vrijwilligerswerk wordt verricht) waarbij noch de SRivD noch de schenker dit bedrag aan de Belastingdienst behoeft op te geven. Strikt formeel staat dit dus los van een eventuele schenking, maar beide opties kunnen uiteraard zowel los van elkaar als in samenhang gebruikt worden. Zoals het bijvoorbeeld mogelijk is om slechts vacatiegeld of een vrijwilligersvergoeding toe te kennen aan die bestuursleden of vrijwilligers die een schenking gedaan hebben.

In rekenregels voor de schenker samengevat:
65,0% krijgt de schenker terug aan belastingvoordeel
20,4% krijgt de schenker terug aan rente (= 8%-1,2%)
Samen dus 85,4% zonder dat dit de schenker ook maar iets kost (en dus zelfs niet de kapitaalbelasting over het geschonken bedrag).
Zodat de schenking de schenker uiteindelijk slechts 14.6% kost.
NB: ervan uitgaande dat meteen in 2012 van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt. Voor ieder jaar later loopt de aftrek mogelijkheid iets terug (omdat die 1,25% multiplier slechts tot 1 januari 2017 duurt en de termijn van de periodieke schenking minimaal vijf jaar moet omvatten).

In een rekenregel voor de ontvanger samengevat:
24,0% (= 15/5e maal 8%) is de rente die uitbetaald wordt.
Zodat van het geschonken bedrag ruwweg driekwart overblijft. Dus moet de constante 1,3158 worden losgelaten op het bedrag dat uiteindelijk nodig is. (Voorbeeld: als € 1.000 netto nodig is dan moet 1,3158 x 1.000 = € 1.315,80 als eenmalige storting gevraagd worden). Daarbij aangenomen dat de schenkingsakte niets of weinig kost.

Daarmee is ons doel bereikt: wij kunnen als SRivD geld ontvangen zonder dat dit de schenkers geld kost. Een financieel perpetuum mobile dus. En dat geldt ook voor onze ‘moeder’, het Historisch Genootschap Roterodamum, die trouwens alweer een aantal jaren de Anbi-status heeft maar daar nog nauwelijks iets mee gedaan heeft. Waarmee voorliggende aanpak dus een schot voor open doel is! Want enerzijds kunnen we bijvoorbeeld via onze ‘moeder’ Roterodamum aangeven dat een onderhavige schenking aan een bepaald project ten goede moet komen. Maar anderzijds kan Roterodamum – los van eventuele zelf verworven schenkers – ook afspreken dat een percentage van het door de dochter(s) verworven bedrag aan de moeder ten goede moet komen. En wie kan daar nu tegen zijn …

En met dat geld kunnen wij dus onze doelstelling realiseren, inclusief bijvoorbeeld onze huidige plannen met de papieren wandelroutes en de app op mobiele telefoons.

het omgekeerde is ook mogelijk

Op voorwaarde dat een instelling een ANBI-status heeft én aantoonbaar voldoende geld om vrijwilligersvergoedingen te betalen én daar ook de bereidheid toe heeft, dan kan zo’n instelling schriftelijk verklaren dat iemand vrijwilliger is. Met die verklaring in de hand kan de vrijwilliger afzien van uitbetaling van de vrijwilligersvergoeding en dit bedrag vervolgens als gift fiscaal opvoeren, waardoor er een aftrekpost (van momenteel maximaal 52%) van dat bedrag ontstaat. Terwijl dit de betrokken instelling geen cent kost, want de vrijwilliger werkt daar immers gratis als vrijwilliger.

verdere aanpak van onze Culturele Erfgoed Route

De komende tijd kunnen uiteraard aanvragen gedaan worden aan ‘gewone’ subsidiegevers (zoals bijvoorbeeld aan Bevordering van Volkskracht, Delta Port Donatiefonds, Elise Mathilde Fonds, Job Dura Fonds, Prins Bernhardfonds, Van Leeuwen van Lignac Stichting, et cetera, maar ook de gemeente, de provincie of het rijk). Dat moet van tevoren goed uitgekiend worden, want sommige fondsen sluiten elkaar uit, geen der fondsen is over het algemeen structureel maar soms is wel om de zoveel jaar iets mogelijk, de hoogte van de bedragen fluctueert nogal en zo zijn er nog wel meer aandachtspunten. Bovendien is het bij dit soort aanvragen zaak van een lange adem: de opzet van onze projecten moet ondubbelzinnig helder zijn; aanvragen kunnen soms viermaal en soms slechts tweemaal per jaar gedaan worden; ook zijn er nog de vergaderdata van de onderhavige fondsbesturen en de doorlooptijd; zodat uitgegaan moet worden van minimaal drie maar veelal aanzienlijk meer maanden alvorens een besluit genomen is.

Die tijd kan dus prima gebruikt worden om de inhoudelijke voorbereidingen voor onze projecten te treffen en zo hier en daar alvast proef te draaien. En het aardige is dat de ANBI route een stuk sneller (en administratief simpeler) werkt dan de subsidie route en dat met de leningsstructuur al vanaf het begin een aanzienlijk bedrag ter beschikking komt. Dat kan door zélf als SRivD zo’n status aan te vragen. Maar handiger is het om in het kader van SRivD / Roterodamum tot samenwerking te komen. Zodat het gemakkelijk haalbaar is om reeds vóór de Monumenten-, Geschiedenis- en Rotterdamse Dagen van 2013 een aantal toepassingen operationeel te hebben. Daarmee is overigens tegelijkertijd ook sprake van een lakmoesproef …

Helaas leverde deze lakmoesproef een nogal ontluisterend beeld op van de mentaliteit van onze ‘moeder’ Roterodamum. Tijdens de receptie van de uitreiking van het Jaarboekje, op 28 november 2012, probeerde ik met de voorzitter in contact te komen. Maar tijdens zo’n receptie zijn er écht belangrijke mensen, dus dat lukte niet. Wél kreeg ik de penningmeester te spreken en ik legde hem dus deze interessante mogelijkheid voor. Hij vertelde mij dat Roterodamum zélf de ANBI-status heeft. Dat bracht mij tot de conclusie dat er dan niet eerst nog een afzonderlijk circuit ingegaan behoefde te worden of van de status van andere SRivD-partners gebruik behoefde te worden gemaakt, omdat SRivD als volle ‘dochter’ van Roterodamum dan van deze status gebruik zou kunnen maken. Wij spraken af dat ik hem per omgaande een uitwerking van een en ander zou mailen. Dat deed ik dus de dag erna, op 29 november 2012. En in die uitwerking wees ik de penningmeester ook op het belang dat we dit vóór het eind van het jaar zouden moeten regelen, omdat 2012 dan geen ‘verloren jaar’ voor deze regeling is. Maar dat we nog een hele maand hadden.

Op 4 januari 2013 kreeg ik antwoord. Wél in alle openheid. Omdat de bestuursvergadering van Roterodamum pas in februari 2013 zou plaatsvinden, had de penningmeester mijn maitje verder niet gelezen en vooralsnog terzijde gelegd. [Zélf heb ik altijd de gewoonte een ontvangen e-mail wel degelijk aanstonds na ontvangst te lezen en indien nodig meteen met relevante bestuurderen af te stemmen en niet ‘bureaucratisch’ een aantal maanden op de volgende formele bestuursvergadering te gaan wachten. Maar iedere organisatie heeft uiteraard recht op z’n eigen betrokkenheid].

Om na die ruim vijf weken radiostilte tóch iets te kunnen melden, heeft de penningmeester mijn vraag vervolgens telefonisch aan de voorzitter voorgelegd en haar eerste reactie was “dat SRivD een zelfstandige stichting is, die, wanneer er behoefte is aan een ANBI-toekenning, dat zelf zal moeten aanvragen. Rotterodamum kan onmogelijk voor alle ‘dochters’ (financiële) zaken gaan regelen”. Het leek de voorzitter en penningmeester zinvol om een en ander binnen het bestuur van Roterodamum af te stemmen om dan een gezamenlijk standpunt in te nemen of en zo ja, in welke vorm ondersteuning c.q. samenwerking gestalte dient te krijgen.
En daar moest ik het dus mee toen. Terwijl – ik geef dat nóg maar eens aan – de medewerking Roterodamum geen cent had gekost en het de SRivD mogelijk had gemaakt om een audiotour (als app op een mobiele telefoon of tablet) in het kader van de Culturele Erfgoed Route beschikbaar te stellen (ook al omdat wij het geld reeds, onder voorwaarde van de ANBI-constructie, beschikbaar hadden.
Zodat ik de Provincie Noord-Holland (waar wij voor dit project mee samen hadden kunnen werken) heb moeten melden dat wij van verdere samenwerking moesten afzien. En Roterodamum heb ik gemeld dat hun reactie afdoende was en dat ik verder geen beroep meer op onze ‘moeder’ zou doen.

Vele maanden later, op 8 december 2013, maakte de Stadsarchivaris van Rotterdam de SRivD – voorzover nog nodig – erop attent dat er via iTour een gratis audiotour te maken was. Ik heb dat meteen opgepakt en daarbij alle medewerking van de iTour organisatie gekregen. Op 13 februari 2014 was de audiotour – eigenlijk op onderdelen ook een audiovisuele tour – gereed en ook goedgekeurd door de iTour organisatie (en terecht, want de kwaliteit van de tours dient natuurlijk wel bewaakt te worden), zodat deze op de moedersite izi.travel gepubliceerd kon worden. Uiteraard heb ik het goede nieuws aan de Stadsarchivaris, het bestuur van SRivD en de leden van de werkgroep Cultureel Erfgoed Route doorgegeven. De Stadsarchivaris reageerde enthousiast: “Ik houd van goed nieuws! Vandaag ben jij de brenger”.
Met dit voorbeeld van Historisch Katendrecht voor ogen, kunnen binnen afzienbare tijd ook de routes van andere ‘dorpen’ (en wijken) audiovisueel beschikbaar komen.
Houdt dus de (per 13 maart 2014) beschikbare site van SRivD in de gaten!

(saj)

[weer terug naar boven]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s